Column: Liever Leids

Lang, lang geleden, toen de UB nog ubéé heette en niet klonk als een benaming voor het mannelijk geslachtsdeel, gaf Carel Stolker in de Hooglandse Kerk een toespraak over “townies” en “gownies”. “Townies” sloeg op de stadsbevolking die niets te maken heeft met de universiteit, “gownies” op de mensen die er alles mee te maken hebben: studenten, universitair docenten en onderzoekers dus.

Stolker sprak zijn hoop uit over het vervagen van de scheiding tussen deze twee groepen. Prima, dacht ik; ik heb eigenlijk geen idee waar je het over hebt, maar ik ga mijn best doen om de nieuwe Einstein te worden.

Met deze uitspraak werd ik een jaar geleden enigszins onaangenaam geconfronteerd, toen ik noodgedwongen in een taxi belandde gedurende de nacht van twee op drie oktober. Links en rechts van me zaten twee geboren en getogen Leidenaren, recht tegenover me een niet-Leidse vriend en twee Leidse studenten. Om de een of andere reden werd deze subtiele scheiding het onderwerp van een aangeschoten gesprek. Deze subtiliteit was omgekeerd evenredig aan de manier waarop beide partijen zich uitdrukten om hun mening omtrent het onderwerp te onderbouwen.

Maar ja, wat doe je dan ook, als student? Met een agenda die volgepland staat met studie en nevenactiviteiten vergeet je je soms bewust te zijn van je omgeving. Voor de gemiddelde gownie ligt het niet voor de hand om het contact met een townie aan te leggen, behalve dan misschien als je in de Kooi woont.

Ik moet mijn hand in eigen boezem steken, wat dat betreft: als halve bètastudent ligt mijn faculteit geïsoleerd buiten de singels. Bovendien heb ik nooit een voet in café Ons Hoekje, naast het gemeentehuis, gezet. Voor mijn bijbaantje als horeca-uitzendkracht word ik steevast naar Amsterdam gestuurd. Leidse r’en hoor ik alleen nog op de markt. Maar hé, wat zou het leuk zijn als ik een keer, in plaats van de hete aardappel die klinkt als ik een woord uitspreek met een “r” op het eind, een liquide medeklinker zou kunnen produceren als een echte Leienaar? Misschien toch eens een bezoek brengen aan Ons Hoekje – en wie weet val ik dan over vijf jaar, in een taxisituatie als een jaar geleden, niet meer op.

MP