Voorzittersdebat

Voorzittersdebat

De stadsgehoorzaal stroomt langzaam vol voor het voorzittersdebat. De zenuwen bij de voorzitters lijken op te spelen, maar ze houden zich groot. Het voorzittersdebat gaat tussen Minerva, Augustinus, SSR, Catena en Quintus – de grote vijf. Tijdens het debat gaat het vooral om de vraag of deelnemers ergens lid willen worden en indien dit het geval is, waar?

Aan de hand van stellingen gaan de voorzitters met elkaar in debat. Onderling wordt soms op een subtiele manier naar een bepaalde andere vereniging gewezen. Dat doet Didier van Someren (Catena) bijvoorbeeld, die zegt dat er bij Catena écht helemaal geen verplichtingen zijn, gericht op Melcher van Nieuwkoop (SSR); hij beweerde eerder dat bij SSR alles kan en niets moet. Tussen de stellingen door zijn er promotiefilmpjes te zien van de kleinere studentenverenigingen, zoals Plankenkoorts, Asopos en NSL.

De eerste stelling waar de voorzitters over mogen losbarsten is: ‘Een vaste verenigingsstructuur zorgt ervoor dat leden actief blijven op hun vereniging.’ De voorzitters leggen alle verschillen uit: zo werken Minerva en Augustinus meer met jaarclubs of cordialen, terwijl SSR en Quintus de focus leggen op disputen. Bij Catena hebben ze überhaupt geen vaste structuur, benadrukt Van Someren. Leden kunnen daar bijvoorbeeld twee keer per week zijn of maar één keer per maand. Ook benoemt Van Someren dat er een groot nadeel zit aan een vaste structuur, je kunt bijvoorbeeld in een dispuut of jaarclub gegooid worden die je helemaal niet leuk vindt. Myrna van Dijk (Augustinus) zegt dat dit eigenlijk niet mogelijk is omdat juist het vormen van een cordiaal een verplichting is. Dit vormen gebeurt door een heftige borrelperiode aan het begin van het schooljaar. Van Nieuwkoop (SSR) benadrukt nog dat je niet bij een dispuut hoeft – dat is aan jou om te bepalen. ‘SSR is groot genoeg voor een normaal studentenleven, klein genoeg om niet op te gaan in the crowd.’

Er wordt beweerd dat je je bij Quintus moet afmelden voor een borrel en dat je bij Minerva de dag voor je tentamen verplicht naar een borrel zou moeten komen. Beide voorzitters ontkrachten het negatieve aspect hiervan: wat sociale druk doet soms juist goed, daardoor kom je je kamer uit! Bovendien benadrukken beide verenigingen dat je niet naar een borrel moet komen als je dat niet wilt. Wel vinden beide voorzitters, waar ook Van Dijk (Augustinus) zich bij aansluit, dat het belangrijk is om veel tijd met je jaarclub of dispuut door te brengen. Ivo Dorresteijn (Minerva) voegt daaraan dat dat ook kan door samen in de bibliotheek te studeren. Ook zegt hij ‘het gaat niet om lid worden of niet, maar om of je daar zin in hebt.’

Christiaan van Buchem (Quintus) kwam uit het buitenland voordat hij in Leiden ging wonen en lid werd van Quintus. Aan hem wordt gevraagd hoe het is om aan buitenlanders de verenigingsstructuur van Leiden uit te leggen. Hierop antwoordt hij: ‘Aan een buitenlander uitleggen hoe in Nederland de verenigingscultuur is, is hetzelfde als aan iemand die zijn hele leven in een bos gewoond heeft, vertellen wat een nierdialyse is.’

Tot slot mogen alle voorzitters nog een pitch van 1 minuut geven. De belangrijkste punten zijn hieronder voor je opgesomd:

Dorresteijn (Minerva):’ Bij ons, als je lid wordt, leer je meteen tientallen sub-verenigingen kennen, tientallen subcommissies en je kan je bij ons ontplooien op welk gebied dan ook. Het maakt niet uit waar je vandaan komt of wie je bent. Het maakt niet uit of je voor je tentamen naar de borrel komt of niet.’

Van Dijk (Augustinus): ‘Het mooie is dat wij zoveel verschillende structuren hebben: verbanden, commissies, subverenigingen en gezelschappen, zodat je het allemaal een beetje op je eigen manier kunt invullen en dat maakt dat geen enkele Augustijnse tijd precies hetzelfde is. Dat maakt Augustinus voor mij uniek en mooi. En ik hoop dat jullie dat ook vinden: maak het waar.’

Van Nieuwkoop (SSR): ‘Wil jij nou je studententijd maken zoals je zelf wil? Wil jij dat pad gewoon helemaal zelf lopen? Kom dan bij SSR, we hebben 19 disputen, die van jasje-dasje tot de meest alternatieve disputen gaan. Er zit sowieso iets tussen voor jou en jij mag gaan bepalen of je dat wilt gaan doen: ja of nee.’

Van Someren (Catena): ‘Het mooie aan Catena vind ik dat het net een all you can eat-restaurant is waarin je zelf inspraak hebt in het menu.’

Van Buchem (Quintus): ‘Wat Quintus uniek maakt, is het feit dat wij een disputenstructuur hebben die het beste uit jou haalt, zonder dat het een oordeel veilt over wie je bent. Bij Quintus wordt je beoordeeld op wat je achterlaat en niet op wat je meeneemt.’

MvdZ

Foto: Simone Both